Iemand zal de tijd naar zijn hand moeten zetten, en gaan staan boven vluchtig schijnbelang van de dunne lagen van louter dit vluchtig moment.

Iemand zal torens moeten bouwen uit de zandgrond van deze dagen, om verder te kijken, om verder te reiken dan de blinde begrenzing van nu.

Iemand zal voren moeten trekken met zijn voetstap, door de strakke huid van vandaag om daar dagen te planten die er nĂș nog niet zijn.

Iemand, die beseft dat onder het stromen van de rivier toch altijd weer een bedding ligt die haar monding bepaalt.