Een late herfstavond. Bomen buigen met de wind mee. Het water rimpelt op de rivier. De straat waar ik op uitkijk is leeg en lijkt door iedereen vergeten. Een vale maan sluiert haar, met het dunne licht van een filmdecor. Vanachter het raam waar ik zit speel ik met mijn handen regisseur.

Met duimen en wijsvingers vorm ik een rechthoek en kijk, als door de zoeker van een camera, naar de stille vergeten straat op deze herfstavond. Het is 23.11 uur. Op de hoek verschijnt een man. Kraag omhoog. Het hoofd er diep in verborgen. Als een schildpad die op het punt staat zich naar binnen te keren.

Naast hem loopt een hond. De man heeft de leren riem losjes om zijn pols geslagen. Bij de hond is de lijn gelust om de dunne hals.

Een man en een hond in een vergeten straat. Samen slenterend door de avond en door de tijd. Laverend door het verwaaiende kegellicht van sluimerende straatlantaarns.

Een man en een hond. In stilte waden ze door het zwart-wit van avondlicht, schuifelend naast elkaar. Enkel verbonden door de lijn van een zwijgend gesloten verbond.

Hun kalme wandeling is gebaseerd op toegefelijkheid aan elkaar. De een loopt met de ander, de ander met de een. De een wacht soms even op de ander en de ander soms even op de een.

Een man en een hond op een herfstavond in een vergeten straat om 23.11 uur. Hun levenspaden versmolten, een hondenlevenlang. Altijd paralel op hondenriembrede afstand van elkaar.

Geen van beiden vlucht ooit weg van de ander. Ook niet als de lijn soms kort wordt losgemaakt en doorbroken.

Door de zoeker van mijn vingers zie ik dat de man de riem losmaakt. De hond loopt even uit beeld. Maar niet te ver. Er vindt geen afscheid plaats. Ook niet als de man een stok opraapt en die gooit.

De hond spurt weg. Een tiental meter maar. En voelt dan weer de trekkracht van de onzichtbare band tussen mens en dier. Zo gaat het een paar keer. De man werpt de stok, de hond vlucht weg en keert rap weer terug. Naar het veilige vangnet van verzorging en een bak voer op vaste tijden.

En zo zal het ook na vanavond gaan, telkens weer opnieuw. De man gooit een stok, een bal, en de hond vlucht. Maar altijd weer binnen de grenzen, en gericht op herstel van hun lijnbrede verbond.

Man noch hond maken zich los van elkaar. Geen autonomie, maar een levenslang compromis.