Sinterklaasontluistering tussen kippensoep en ku-lou-yuk

Sommige waarheden hebben de kracht van aardbevingen. Het epicentrum van waaruit ze zich onthullen is zo schokkend dat de seismograaf van het gemoed de geografische coördinaten ervan voorgoed opslaat in het geheugen.

Vraag aan wie toen leefde waar hij of zij was toen Kennedy werd vermoord, het antwoord wordt met verbluffende precisie gegeven. De aanslagen op het WTC? Idem dito. Maar niet alleen wereldnieuws bezit dit vermogen zich voorgoed te verbinden met persoonlijke verblijfscoördinaten, ook meer persoonlijke ervaringen kunnen dit feilloos.

Zoals het shockerende moment waarop zich de naakte kille waarheid omtrent de goedheiligman openbaart. Mijn waarheid omtrent de Sint is geenszins verbonden met geuren van speculaaskruiden of marsepein. Was zij dat maar. Dat had haar nog enigszins verzacht.

Nee, aan mijn aan scherven geslagen kindergeloof, aan mijn inwijding in het vermogen van grote mensen tot bedriegen, aan mijn totale ontluistering van de geloofwaardigheid van volwassen kleeft voorgoed de geur van bami en satésaus.

Want daar ligt mijn geografische verbondenheid met het ultieme spel van bedrog tussen volwassenen en kinderen, bij een toenmalig Chinees restaurant in mijn geboortestad. Daar, tussen kippensoep en ku-lou-yuk door sloeg mijn moeder mijn onwrikbare kindergeloof voorgoed aan scherven.

En terwijl ik de scherven van mijn kinderdroom hoorde vallen, hun scherpe punten voelde prikken in mijn ziel, deed ik nog een wanhopige poging de schade aan mijn kinderziel te beperken. “Jahaa de hulpsinterklazen zijn niet echt, maar de echte toch wel?”, hoor ik me nog steeds wanhopig vragen.

Maar het antwoord was onverbiddelijk. “Nee ook die niet.” Van de rest van die historische dag weet ik niet veel meer. Ik moet hem in een roes van ontzetting hebben doorgebracht. Wel herinner ik me een dagenlange tomeloze haat jegens het totale volwassendom. In gedachten heb ik mijn ouders gekielhaald, gespietst, gelyncht, gevierendeeld voor wat ze me aan hadden gedaan.

En het zal enkel aan een vroeg besef van het bestaan van zoiets als een rechtsstaat hebben gelegen dat ik die gedachtenstraffen niet ten uitvoer heb gebracht. Uiteindelijk heeft deze shockerende ervaring op een vroege zondagmiddag in de winter van 1967 niet zo heel veel sporen nagelaten. Denk ik.

Alleen een acuut optredende drang tot het vermijden van Chinese restaurants die zich zo rond het derde weekeinde van november aandient en aanhoudt tot en met 6 december.

Oh ja, en stille momenten van dagdromen rond dezelfde periode. Ik vind mezelf dan vaak starend voor het raam of aan de oevers van Maas of Roer terug, turend over de horizon van mijn volwassenheid, hopend op een verre rookpluim die alle leugens uiteindelijk toch nog logenstraft.

Reactie (1)

  1. Ton Hensen

    Turend over de maas kwam in de verte de rookpluim van pakjesboot 0475.

    Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *