Kiezelsteen Column ‘Van Bergen’, Dagblad de Limburger, 24 december 2011

 

Kiezelsteen

 

De straten van Praag waren nagenoeg uitgestorven toen we in de vroege avond de wijkJosefov binnenreden. Het was herfst. Nevel hing als deinende lakens tussen de huizen en de vochtige trottoirs glinsterden in het gelige spaarzame licht van lantaarns. Het krijsen van twee vechtende straatkatten weerkaatste ijzig tegen de gevels van de oude woningen.

Het was vreemd om in deze mistroostigesfeer, midden in die woonwijk, door het oude hekwerk de contouren te zien van de vele scheefgevallen grijze grafzerken van het oude Joodse kerkhof. Door het slechte weer had onze bus vertraging opgelopen en de gids die ons het kerkhof zou laten zien stond niet op de afgesproken plek. We tuurden door de tralies van het hek naar de graven toen achter ons voetstappen klonken. Het was de gids. Met een rammelende sleutelbos opende hij een klein houten poortje en ging ons voor naar het kerkhof.

Zodra we tussen de grafstenen stonden was de naargeestige sfeer waarin de graftuin was gedompeld toen we er van buitenaf naar keken, verdwenen. Mijn aanvankelijke bevreemding over de ligging van een kerkhof midden in een woonwijk maakte plaats voor begrip. Door de zachte en liefdevolle manier waarop de gids vertelde over het kerkhof en de vele mensen uit Praag die er dagelijks verstilling vinden en verbinding met hun overledenen, voelde ik haast de warmte en de intensiteit waarmee die plek zich heeft verankerd in de Praags-Joodse gemeenschap. Het is niet de dood die daar rondwaart tussen grafstenen en gestorven namen, maar juist het leven. Dat besefte ik helemaal toen ik daar van de gids voor het eerst het verhaal hoorde achter de kleine kiezelsteentjes die altijd op de zerken op Joodse begraafplaatsen liggen. Als men het graf van een dierbare heeft bezocht raapt men een steentje op en legt dit op de bovenkant van de grafsteen. Het is een teken dat de overledene nog niet vergeten is en dat zijn graf nog altijd wordt bezocht.

Die avond, die al vele manen terug ligt in de tijd, raapten we tijdens de verdere rondgang haast zonder nadenken voortdurend steentjes en lieten die oprecht her en der achter op de grafstenen van mensen die we uiteraard nooit hadden gekend, maar die we daar tussen de nevel van die herfstavond dichtbij voelden als onze eigen naasten. Ik weet niet waarom deze herinnering vandaag ineens na vele jaren komt bovendrijven, maar ik leg haar graag als een klein kiezeltje van woorden neer op de dis van uw kerstdiner.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *