Kermis: Herrie in de worsteltent

Worsteltent op de kermis

Twee weken geleden schreef ik hier over mijn gemis van nostalgische rariteiten op de kermissen van nu. Als er één kermisattractie is die in dit licht bezien absoluut niet onbesproken mag blijven, dan is het wel de worsteltent.

Ik vond het als kind al een schouwspel. Er verscheen dan een welbespraakte spreekstalmeester, vaak in een imponerend judopak met een zwarte band, op het podiumpje voor de kermistent, samen met een of twee worstelaars. Mannen van staal die schaars gekleed en met ingevette huid met een hoop gegrom en geschreeuw gretig hun spierbundels en kracht toonden aan het publiek.

Ondertussen daagde de spreekjudoka het toegestroomde publiek uit om in de tent het gevecht aan te gaan met een van zijn Herculessen.

De geldprijzen, als je zo’n kermisworstelaar versloeg, waren niet mis en er waren altijd wel mannen die de strijd aan wilden gaan. En ik moet zeggen dat ik maar zelden zo’n kermisworstelaar het onderspit heb zien delven. Een van de keren dat dat wel gebeurde ben ik nooit vergeten.

Voor de tent had zich een complete familie geschaard met struise vrouwen en gespierde kerels. Deze tent was koren op hun molen.

Er werd over en weer geschreeuwd tussen de familie en de kermisworstelaars en je voelde: dit wordt een schouwspel. Toen een van de mannen uit de familie aangaf binnen in de ring de strijd aan te willen gaan (’Ik pak jullie allebei, met een vinger in m’n neus”) vlogen de kaartjes weg en verscheen in een mum van tijd het bordje ’Uitverkocht’ voor het kassaraampje. Ik had een kaartje weten te bemachtigen.

Toen de titanenstrijd begon barstte het geschreeuw los, vooral onder de familieleden van de vechtersbaas. ’Schop ‘m, bijt ’m, mep ’m…’ Maar dat gebeurde niet. Na wat gedraai om elkaar heen, pakte de kermisworstelaar de vrijetijdsworstelaar met een ferme greep beet en vloerde hem met een smak. Einde oefening.

De familie zweeg ontdaan. Maar toen klom een van de struise vrouwen in de ring en liet de kermisworstelaar werkelijk alle hoeken van de ring zien. Het publiek raakte uitzinnig. Waarschijnlijk had de vrouw het als kind altijd al tegen haar gespierde broers op moeten nemen en dit betaalde zich nu terug. En ineens was het over en lag de kermisworstelaar door een welgemikte rechtse hoek knock-out op het canvas.

Er restte de spreekstalmeester niets anders dan de beloofde beloning ten overstaan van een uitzinnig publiek uit te betalen aan de vrouw. Het was de investering van mijn zuur bijeengeschraapte kermisgeld dubbel en dwars waard geweest.

Wat zijn jouw nostalgische herinneringen aan de rariteiten van de oude kermissen? Deel je herinneringen met een commentaar hieronder? Ik ben er benieuwd naar…

Reactie (1)

  1. Marie-Anne van der Woning

    Uiteraard werden wij vroeger altijd bij mijn oma “op de kermis” verwacht. De hele familie was dan present en mijn oom had altijd hetzelfde grapje dat zijn vader blijkbaar ook altijd vertelde.
    Was het tijd om na koffie en vlaai naar de kermis te vertrekken, zei hij, jongens, de kermis is afgebrand! Teleurstelling alom natuurlijk. Later vonden wij het weer leuk dat onze jongere nichtjes en neefjes hierin geloofden.
    Dit grapje geef ik natuurlijk ook weer door aan mijn kinderen (hoewel die dit natuurlijk al gelijk niet geloofden, wat waren wij “bleudjes” in die tijd!) en hoop dat zij dit simpele grapje ook in de familie houden.

    Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *