Als zelfs voedsel geen troost meer biedt…

Ober ruimt tafel op

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Soms worden we deelgenoot van intieme ontboezemingen waarvan we meteen weten dat ze eigenlijk niet voor onze oren bestemd zijn. Een te hard gevoerd telefoongesprek in de trein, een gesprek in een wachtkamer of een openhartige, drankgestuurde uiting van emoties op een terras.

Soms zijn de dingen die zo tot ons komen intenser dan het diepste gesprek dat we zouden voeren met een goede vriend. Uitsneden uit het leven, met de kracht van een goed toneelstuk.

Het echtpaar naast me in het restaurant is behoorlijk op leeftijd. Alles aan hen, hun gebaren, hun gereserveerdheid naar elkaar en hun kennelijke afhankelijkheid van elkaar, schreeuwt uit dat ze niet mèt elkaar, maar ook niet zonder elkaar kunnen. De tijd schijnt hen voorgoed aaneen gesmeed te hebben.

Uit de verwarde sprongen in het gesprek blijkt dat de man de greep op zijn geheugen enigszins kwijt is. Hij springt van de hak op de tak, al keren kleine verwijzingen naar de tweede wereldoorlog steeds in zijn woorden terug. De vrouw lijkt haar eigen manier gevonden te hebben om met de verwardheid van haar man om te gaan. Ze is over het algemeen zachtaardig in haar woorden, maar ze kan hem ook ineens bits iets toebijten van: “Zo was het absoluut niet!”

Als de man en de vrouw besteld hebben valt er een lange stilte. Waar het aan ligt weet ik niet, maar het voelt voor mij als een onprettige stilte. Een vacuüm waarin jarenlange opgekropte gevoelens en ongeuite emoties sluimeren en die alleen maar toegedekt blijven omdat anders elke illusie van elkaar nodig hebben als een zeepbel uiteenspat.

Het opgediende eten is nog onaangeroerd als hij vraagt: “Wat vind je van me?” Zij kijkt hem strak aan en zegt met kille, kalme stem: “Ik denk goed over je. Veel te goed, Johan. Veel te goed!”

Dan wordt het ijzig stil aan de tafel naast me. Het eten blijft zeker vijf minuten staan, er wordt geen woord gesproken. Maar er broeit iets. De man is aangedaan. Hij plukt imaginaire pluisjes van de mouw van zijn pak. Dan kijkt hij de vrouw ineens aan.

Met een blik alsof hij zijn troef uitspeelt zegt hij: “In het concentratiekamp heb ik rauwe ratten gegeten.” Daarna wordt er niets meer gezegd. Als het echtpaar een half uur later het restaurant verlaat is het bord van de man leeg. De maaltijd van de vrouw verdwijnt onaangeraakt terug naar de keuken.

Reactie (1)

  1. Lieke

    Mooi verhaal Hans.
    Ik heb mijn ouders en schoonouders oud zien worden (allemaal 85+) en gezien wat het betekent als je je handen vol hebt aan je eigen ouder worden (met alles wat daar bij hoort) en de ander nog eens een extra beroep op je doet, vanwege diezelfde ouderdom. Dat wordt soms TE veel. Volgens mij zijn er in de manier van oud worden wetmatigheden. Jammer dat jij dat bij jouw eigen ouders niet hebt kunnen meemaken. Of misschien ook niet…..?
    Mij heeft het gelouterd. Ik heb geen illusies meer wat de ouderdom betreft.
    Lieve groet
    van jouw 60+ juf Lieke

    PS Alles good met diech?? :)

    Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *